Ras eigenschappen
Schapen produceren vlees, melk, wol
en mest. Eeuwenlang werden heideschapen in de Nederlandse
en Belgische Kempen vooral om dat laatste product gehouden:
schapenmest. (zie hiervoor ook het tabblad: geschiedenis.)
Door de graasactiviteiten van – vooral – de
grote aantallen schapen ontstonden in de loop der eeuwen
uitgestrekte,
vrijwel boomloze heidevelden met een heel bijzondere, en
vaak kwetsbare flora en fauna. Parallel aan deze landschapsvorming
ontwikkelde zich in de Kempen een type schaap dat specifiek
was aangepast aan de schrale en vaak harde levensomstandigheden
op de heide. Het Kempische heideschaap is dan ook een gehard
ras. Het kan uitstekend toe met een schraal dieet van heide,
hard gras en het onkruid dat na de graanoogst afgeweid
werd op de akkers. Uiteraard is het Kempische heideschaap
op zijn
best bij de bestrijding van houtige gewassen zoals Berk,
Els en Lijsterbes. Zelfs Brandnetels en Akkerdistels worden
aangepakt. Daarnaast blijken (Kempische) heideschapen minder
gevoelig te zijn voor de gifstoffen van het oprukkende
Jacobskruiskruid. Maaien en nabeweiden met Kempische heideschapen
is een goede
beheermethode om deze plant onder controle te houden.
Op grond van deze eigenschappen is het Kempische heideschaap
ook in de eenentwintigste eeuw de beste beheerder van de
zeldzaam geworden heideflora- en fauna in onze schaarse heidereservaten.
Het is een “grote grazer”, die best wat meer
aandacht verdient van de gevestigde natuurbeschermingsorganisaties.
Daarnaast is het Kempische heideschaap een gemakkelijk schaap.
Geboortehulp is slechts zelden nodig en het beenwerk is gemiddeld
genomen goed. De dieren zijn dan ook in staat om gedurende
langere tijd in relatief moeilijk te terrein te verblijven
en te lopen. De moedereigensschappen zijn goed ontwikkeld.
Dat geldt ook voor het kudde-instinct, waardoor het in het
veld goed gehoed en gestuurd kan worden.
|