Home | Ras eigenschappen | Ras beschrijving | Info Rasvereniging | Geschiedenis | De fokkers | Nieuws | Markt | Contact  
   
     
 


Nieuws

22 Juni 2010
Productievoorwaarden Slow Food Presidium Kempisch Heideschaap

Slow Food Presidium Het Kempische Heideschaap

 

 

 

Productievoorwaarden Lamsvlees van het Kempische Heideschaap

 

Versie 25 februari 2010

 

 

Deze productievoorwaarden gelden naast de algemeen geldende regelgeving.

 

 

 

Productieketen

 

Lamsvlees van het Kempisch Heideschaap wordt aangeboden op de markt onder de merknaam ‘Kempen Lam’, waarmee lamsvlees en lamsvleesproducten van raszuivere dieren van het landras “Kempisch heideschaap” bedoeld wordt, afkomstig uit het oorspronkelijke verspreidingsgebied. Voor het behoud en de promotie van deze producten als authentiek, diervriendelijk en ecologisch geproduceerd streekproduct zet zich het Slow Food Presidium “Het Kempische heideschaap” in. In dit presidium verenigen zich de primaire producenten, verwerkers en aanbieders en eindgebruikers (consumenten).

 

 

Ter promotie van het lamsvlees is het merk Kempen Lam ontwikkeld. De productievoorwaarden die samenhangen met het gebruik van het merk Kempen Lam zijn vastgelegd in dit document. Het collectieve merk Kempen Lam is eigendom van het Stamboek het Kempische Heideschaap. Het stamboek heeft een Acreditatie Orgaan (AO) ingesteld die aanvragen voor het merk Kempen Lam beoordeelt, licenties voor het gebruik van het merk uitgeeft aan schapenhouders en slagers en naleving van deze productievoorwaarden controleert. De samenstelling, taken en bevoegdheden van het AO zijn beschreven in het reglement van het collectief merk Kempen Lam.

 

 

Tot de productieketen kunnen uitsluitend producenten, leveranciers en slagers toetreden die zich onvoorwaardelijk conformeren aan de door de organisatie vastgestelde productievoorwaarden, welke zijn opgesteld om de authenticiteit van de productie en van de producten te waarborgen.

 

 

Herkomstgebied en cultuurhistorie

 

Lammeren die vermarkt worden onder de merknaam Kempen Lam moeten afkomstig zijn uit het oorspronkelijke verspreidingsgebied van het landras, dat in historische bronnen met verschillende namen werd aangeduid (Brabandsche schaap, Kempensche schaap, Peelschaap, Maasschaap; zie voor een benadering van het verspreidingsgebied o.a. Zwijnsbergen, 1925). Dit historisch bepaalde verspreidingsgebied omvat in wezen het gehele (pleistocene en pliocene) zandplateau zuidelijk van de grote rivieren, Maas en Waal tot aan het Belgische leem- en kalkstreek zuidelijk van de Demer (ongeveer de lijn Antwerpen - Mechelen - Hasselt). Het omvat dus delen van de Nederlandse provincies Noord-Brabant en Limburg en van de Belgische provincies Antwerpen en Limburg. Wanneer verder in dit stuk over de Kempen wordt gesproken wordt dit gebied bedoeld. (n.b.: onze activiteiten beperken zich voorlopig tot het Nederlandse deel van het verspreidingsgebied).

 

De wijze van produceren van de lammeren sluit aan bij de cultuurhistorie van de gescheperde kuddes, zoals e die bijvoorbeeld kennen uit d e19e eeuw van de schapen compagnieën.

 

 

Het houderij-systeem

 

De schapen van bedrijven die deelnemen aan de keten worden primair ingezet voor een effectief begrazingsbeheer in natuurgebieden en stedelijk / landschappelijk groen. Dit houdt in dat de kuddes extensief worden gehouden en in principe hun voedsel uitsluitend al grazend vergaren. Indien nodig wordt dit aangevuld met mineralen.

 

Alleen in de lammerperiode (twee tot drie maanden) kunnen de ooien op stal gehouden worden. Wanneer de schapen gedurende de aflammerperiode op stal staan, dan dient er per schaap zonder lam minimaal 1 m² vloeroppervlak (ligruimte) beschikbaar te zijn. Voor een ooi met een eenling bedraagt deze ruimte 1,5 m² en voor een ooi met een tweeling minimaal 1,7 m². De oppervlakte van aflamhokjes bedraagt minimaal 1,5 m. bij 1,0 m. Aan het voederhek moet voor iedere ooi 0,5 m. beschikbaar zijn.

 

De weideperiode duurt dus minimaal 250 dagen. Gedurende die periode kunnen de dieren desgewenst ’s-nachts en in de weekenden worden opgestald of opgekraald. De stal wordt opgestrooid met stro, gemaaide heide of heideplaggen

 

 

Hygiënecode en bedrijfsbehandelplan

 

Er dient gewerkt te worden met de nieuwste hygiënecode om het dierenwelzijn en de diergezondheid op het hoogste niveau te waarborgen.

 

Er wordt gewerkt volgens een bedrijfsbehandelplan waarin oa aandacht is voor een verantwoord diergeneesmiddelengebruik. Dit plan is opgesteld in samenwerking met de betreffende plaatselijke veearts.

 

 

De moederdieren

 

Alleen moederdieren die goedgekeurd zijn door het Stamboek het Kempische Heideschaap, komen in aanmerking.

 

 

De vaderdieren

 

Fokrammen worden jaarlijks individueel gekeurd onder auspiciën van het Stamboek. Als vaderdier komen alleen goedgekeurde rammen in aanmerking.

 

 

Het opfokken, vetweiden of afmesten van lammeren voor de markt

 

Het streven is om de lammeren na het aflammeren zoveel mogelijk buiten te laten lopen. De lammeren blijven minimaal acht weken bij de moederdieren. Ze kunnen in die periode met de moederdieren mee gaan grazen. Indien nodig kunnen de lammeren worden bijgevoerd met krachtvoer uit de regio om tot het juiste slachtgewicht en malsheid van het vlees te komen.

 

 

Als eindproduct onderscheiden we 2 typen lammeren:

 

Voorjaarslammeren met een geslacht gewicht van 15 – 17 kilo.

 

Najaarslammeren met een geslacht gewicht van ong. 20 kilo.

 

 

Het voer

 

Lammeren en schapen worden, indien nodig, bijgevoerd met ruwvoer en/of krachtvoer. Zowel ruwvoer en krachtvoer zijn streekeigen.

 

 

Oudere dieren

 

Daarnaast worden ook oudere dieren binnen de keten afgezet. Deze zullen doorgaans verwerkt worden in kant en klare producten (worst, goulash, stoofpotten)

 

 

De slacht

 

Slacht vindt bij voorkeur plaats bij plaatselijke slachterijen volgens de wettelijke normen en door slagers die door de Stichting geaccrediteerd zijn. Eisen voor de slacht worden samen met de slagers opgesteld. Het werken met locale slachters bevordert het dierenwelzijn door de kortere aanvoerroutes.

 

 

Identificatie en etikettering

 

Met de e-I&R wordt ook de IKB en trackig en tracing ingevoerd. Alle data van het dier dienen minimaal t/m de slacht en zo mogelijk ook tot aan de afzetkanalen (horeca, slagers, winkels) bekend te zijn om de voedselveiligheid en een juist merkgebruik, te waarborgen. Hiertoe wordt er naar gestreefd op het vlees de slachtdatum, de bedrijfsregistratie, de inhoud en het keurmerk te vermelden, zowel bij verkoop aan consumenten als aan bedrijven/horeca. Bij gehele karkassen vindt de identificatie op het karkas plaats; bij onderdelen vindt de identificatie op bonnen behorend bij de kratten.

 

 

De lammeren worden bij voorkeur vers verkocht, als compleet lam (voor de horeca) of als diverse lamsproducten, verpakt of onverpakt (voor horeca en slagers/winkels). De etikettering zal voldoen aan de EU-richtlijnen van de Voedsel en Waren Wet en bevat herkomstverwijzingen (naam van producent/kudde). Het lamsvlees kan ook diepgevroren verkocht worden.

 

 

 

 

 

 

 

Slow Food Presidium het Kempische Heideschaap